Mattheus Brouërius van Nidek

 

 

Inhoudsopgave
Brouerius van Nidek

Inleiding

Mattheus Brouërius van Nidek out 23 jaer 1700 ; r.o. Berkhuis fecit.

Het portret, uitgevoerd in rood krijt, meet 247 x 184 mm. Het onderschrift en de naam Berkhuis zijn door Brouërius zelf geschreven. De tekening is in 1978 door het Rijksmuseum aangekocht op een veiling van Sotheby's in Amsterdam
De afbeelding van Brouërius van Nidek is naar een portret in olieverf op metaal van 11 x 9,3 cm., gemaakt door G. Schalcker. Achterop staat Brouërius' naam en als datum 1677, zijn geboortejaar. Het portret is in of voor 1706 gemaakt, want in dat jaar overleed Schalken.

Foto Rijksmuseum Amsterdam

Inleiding
Wie met tekeningen van Stellingwerf te maken krijgt komt bij Brouërius van Nidek terecht.

Mattheus Brouërius van Nidek (1677-1742) is vooral bekend gebleven door zijn Atlas der Vereenigde Nederlandsche Provintien. In de 17de en 18e eeuw waren er veel verzamelaars van oude topografische afbeeldingen. Brouërius van Nidek was waarschijnlijk de enige die een goed geordende historisch-topografische atlas van het hele gebied der Verenigde Zeven Provinciën voor ogen had. Hij zocht door het hele land naar bestaande afbeeldingen en stuurde mensen uit om ter plekke te tekenen. Een onbekende maakte voor hem meer dan achthonderd nauwkeurige schetsen van kastelen, kerken en huizen in Friesland. Berkhuys, de Raadt en anderen leverden honderden afbeeldingen uit het oosten van het land, die vaak onbetrouwbaar waren.

Jacobus Stellingwerf (1667-1727) was de nauwkeurige kopiist, die van het aangeleverde materiaal uniforme tekeningen maakte.

Dat gebeurde allemaal rond 1725. Daarna moest Brouërius van Nidek zijn levenswerk door ziekte geleidelijk aan opgeven. Tegelijkertijd zette een nieuwe generatie topografische tekenaars in het hele land kerken, huizen en kastelen nauwkeurig op papier. Voorloper Brouërius van Nidek werd voorbijgestreefd .

Na de dood van Brouërius nam Willem Henskes (1717-1762) diens verzameling over. Hij voegde er tekeningen en prenten van de nieuwe generatie aan toe en veilde ze daarna weer. Een groot deel er van kwam bij Hendrik Busserus (1701-1781) terecht, die ze vermengde met wat hij al had. Na hem viel de collectie verder uiteen.

Gedeelten er van zijn in diverse musea en archieven terechtgekomen. Ze zijn vooral herkenbaar aan de tekeningen van Stellingwerf. Omdat sommige toeleveranciers het niet zo nauw namen hangt daar vaak de geur van onbetrouwbaarheid aan.

Het onderzoek naar Stellingwerf, en naar Brouërius van Nidek en zijn Atlas, en naar al die anderen die een rol speelden, is jaren geleden gedaan. Dit verslag is onvolledig. De schrijver zal het zeer op prijs stellen om te horen wat hij vergat, over het hoofd zag of domweg fout deed.


Er zijn veel musea, archieven en bibliotheken bezocht en overal was men bereid om mondeling, telefonisch, schriftelijk of later per e-mail inlichtingen en raad te geven. Ze kunnen niet allemaal genoemd worden en als ik sommigen noem doe ik anderen tekort. Daarom een collectief maar welgemeend: héél hartelijk dank.

Ook privé-personen hebben geholpen. Van hen noem ik Br. Dr. P.J.H. Ubachs en mevr. Evers in Maastricht, die problemen met een Frans handschrift hielpen oplossen, Ursula Sikkens die Latijnse teksten vertaalde, Leni Heijstee die op taal- en stijlfouten lette en Leonard Kasteleyn, die het concept kritisch doorlas en belangrijke aanwijzingen gaf.
Hen allen, ook de ongenoemden, ben ik bijzonder dankbaar.

Bert Kolkman

inhoudsopgave