aanv&corr-Gld\weeskinderen\artikel

Weeskinderen

In de collectie Haersma - de Pol vonden we 29 tekeningen die zo te zien in het manuscript Gelderland van Schoemaker thuis hoorden. Ook het Gelders Archief heeft er twee, die oorspronkelijk uit de collectie de Pol komen. Vaak zijn ze, blijkens het jaartal, van oude afbeeldingen overgetekend, maar er zijn ook bij van rond 1725. De meeste zijn, al dan niet gesigneerd, getekend door J.S. ofwel Antonina Houbraken. Ook in andere provincies komen losse J.S.-tekeningen in archiefinstellingen voor.

In zijn manuscripten liet Schoemaker geregeld ruimtes open waar nog tekeningen ingeplakt moesten worden. Maar dat is vaak niet gebeurd. Dat wijst er al op dat die manuscripten nog niet compleet waren. Andries Schoemaker had aan het eind van zijn leven meer onderhanden dan hij af kon maken en meer materiaal dan waarover hij het overzicht kon houden. Toen hij stierf kwam alles bij zijn zoon Gerrit terecht. Maar Gerrit stierf een jaar na zijn vader. In diens nalatenschap bevonden zich behalve de manuscripten van zijn vader ook veel losse tekeningen, die niet gebruikt waren. Die zijn na Gerrits dood op de markt gekomen en verspreid geraakt. Meer daarover in ons artikel 'Jacobus Stellingwerf en Antonina Houbraken'.

De ongebruikt gebleven tekeningen lijken wat Gelderland betreft allemaal terecht gekomen te zijn in de collectie Haersma - de Pol. De meeste daarop afgebeelde huizen worden in de reconstructie van het ms Gelderland niet genoemd. Andere staan er in met een vervangende afbeelding. Het is verleidelijk om deze tekeningen alsnog in te voegen in het manuscript waarvoor ze bestemd waren. Maar omdat ze er feitelijk niet in stonden zijn ze ook niet opgenomen. Een aparte behandeling is echter wel op zijn plaats.

Van de genoemde 29 + 2 tekeningen is er n van Cornelis Pronk, de andere dertig lijken door J.S. (Antonina Houbraken) te zijn getekend. Op 21 is ook het onderschrift van haar hand en, op twee na, staat daar ook de signatuur J.S. bij. Andries Schoemaker schreef het onderschrift onder de andere tekeningen en daarbij komt, als gebruikelijk, de aanduiding J.S. niet voor.

Een apart geval is de Poll nr. 448, Engelenburg. Dit is geen losse tekening, maar een complete door Schoemaker beschreven pagina met daarop de originele tekening van Cornelis Pronk met in diens handschrift er onder: 'C: pronk del ad.viv: 1732 Engelenburg'. In de reconstructie van manuscript Gelderland noemt Storm Buysing op fol. 301: 'Engelenburg: teek. naar C. Pronk, 1732'. Daarbij staat een tekst die ongeveer gelijk is aan de tekst onder de tekening van Pronk. Blijkens de door Engels gemaakte foto heeft Schoemaker op dat blad de tekening van Pronk nagetekend. Schoemaker heeft hier dus twee bladen bij dezelfde tekening gemaakt. Eerst een waarin hij, zoals gebruikelijk, Pronk natekende en daarna (omdat hij de eerste kwijt was?) nog een waar hij de originele tekening van Pronk in heeft geplakt, wat helemaal niet gebruikelijk was. Het eerste blad is in het manuscript opgenomen, het tweede is, om zo te zeggen, op de grote hoop terecht gekomen.

Opmerkingen
Het onderwerp van de meeste tekeningen komt in het manuscript Schoemaker niet voor. Bij sommige tekeningen zijn echter wel opmerkingen te maken. Zo de Poll nr. 1647, met een onderschrift van Schoemaker: 'het dorp Beusecom aan de leck Ano 1729'. Rechtsonder in de tekening staat: 'Antonina Houbraken'. Er kan verondersteld worden dat ze ter plaatse getekend heeft. In de reconstructie van het manuscript Schoemaker komt Beusecom echter niet voor.

Er zijn 3 tekeningen van Buuren (de Poll 1658, 1659a en 1659b), maar in het manuscript Schoemaker wordt Buuren alleen in een lang artikel over het slot Batenburg genoemd. Garderen heeft in de reconstructie een lang artikel, maar er wordt alleen een tekening van Pronk uit 1731 genoemd, niet die van J.S, van 1660 (de Poll 275). Van 't Slot Haaften vermeldt de reconstructie (fol. 519, 520) alleen 2 goede tekeningen van de rune van het slot, niet de Poll nr. 1480 van het slot in welstand.

Van Isendoorn stond in het ms op fol. 552 een tekening naar Pronk, 'gedeeltelijk een ruine'; de Poll 1324 Anno 1612 komt in het ms niet voor. Van Kemnade (bij Doetinchem) staat in het ms. een tekening naar Pronk en naar De Haan op resp. fol. 586 en 587. Van de tekening naar Pronk is een foto Engels en er bestaan ook meerdere kopien van de Pronk-tekening zelf. De ongebruikte J.S.-tekening is mogelijk naar een tekening van Maximiliaan de Raadt uit 1720.

Renkum, de Poll 505, is een J.S.-tekening naar een schets van Schoemaker uit 1726. In het ms. op fol. 888 stond [SB] 'het dorp Rynkom' naar C. Pronk, 1729. Op fol. 890 [SB] 'het dorp Rijnkom:' teek. van A.S. 1630 en ' een teek. uitgescheurd; geen tekst.' Op tekening de Poll 505 is geen spoor van uitscheuren te zien, dus dat is nog weer een andere. 'Ruine van Vernehuysen in de betuwe anno 1618 aan de leck over reenen' (de Poll 1310) en 'Ruine van Vernehuysen in de betuwe in een ander gesight' (manuscript fol. 1310) waar een foto Engels van is zijn duidelijk twee bij elkaar behorende tekeningen.

Stiefkinderen
Curiositeitshalve zijn drie bladen van ' 't huys te dort' toegevoegd. Dit Huis te Dort stond in Gelderland en dat blijkt ook uit de tekst, maar de bladen zijn bij Overijssel ingebonden.






Weeskinderen

Kan geen verbinding maken met de SQL server