Abraham de Haen

 

 

Inhoudsopgave
Abraham de Haen

Tekenlessen

Handleiding voor het maken van topografische tekeningen naar het leven.
Uit Herderszangen en Mengeldichten, p.137-140:

Gy, die vermaak schept in het teekenen naar 't leven!
Gy, die Gezichten maalt van huizen, dorp of stad!
Neem onze les in dank, die wy u willig geeven:
Ik zelf heb menigmaal daarvan veel nuts gehad.
Slaa eerst den afstand gaê; hy zy zo wyd opgenomen,
Dat alles, 't geen gy wilt vertoonen op 't papier,
Welgenoegzaam kan in 't oog met éénen opslag komen,
En maar één oogpunt maake, of 't werk is zonder zwier.
Ik onderstel dat zy, die onze lessen leezen,
In de eedle Doorzichtkunde een luttel kundig zyn;
Want zonder deeze, is 't zwaar een Teekenaar te weezen;
Zy is in alle werk het richtsnoer en de lyn:
Zy geeft ons lessen, om den afstand van het leven,
Hoewel die menigmaal bekrompen valle, en kort,
door gissen echter zyn' volkomen eisch te geeven;
Een kunst, wier nutheid elk tot haare kennis port.
Gy moet uw voorwerp van de fraaiste zy' verkiezen,
Of daar 't meeste van de meesten word gezien:
Een Landhuisteekening mag minst' deez les verliezen,
Of word onkennelyk by verr' de meeste liên.
Doch maalt gy meer dan één, 't zy twee of drie gezichten,
Gelyk wel voorvalt by een sierlyk landgebouw,
Men moet zich dan zo naauw niet aan dat punt verpligten,
Mits dat men deeze les by 't kenlykste onderhouw'.
Een weinig naderens, of wykens, kan aan 't leven
Heel dikwyls voordeel doen, in welstand en sieraad; /
Men heeft hierom altoos met oordeel acht te geeven
Of 't voorwerp winne of niet, wanneer men rugwaards gaat.
Wanneer gy, naar uw' zin, een standplaats hebt genomen,
Verdeel uw voorwerp dan in deelen, 'k stel eens vier;
Zo hebt gy als een soort van voetmaat op 't papier.
Schets luchtig d'omtrek eerst; wik 't ééne tegen 't ander;
Die zydmuur is zo breed, als deeze tooren hoog;
Die voorste vensters staan zo verre van elkander
Als ieder breed is; voer de passer dus in 't oog.
Bedenk karakters, (dit kan tyd en moeite spaaren,)
Waarby ge riet- of lei- of pannendak onthoud;
Ook moet gy met een merk het onderscheid verklaaren
Of 't vensterwerk, of nis, of 't glasraam was, of hout.
Nu moogt ge uw gantsche schets met sneller omtrek maaken;
Geringe kleinigheên verëisschen nu haar plaats;
Verbrokkeld muurwerk, reet, of scheur in wand en daken,
Dient stipt gevolgd te zyn; dit deeden groote maats
om een magre schets wat welstands by te zetten.
't Geeft wissen spoed, wanneer gy dus haar overzweeft,
En, zonder futselwerk, (wat kan dat toch verletten!)
Slechts luchtig aantoont welk een dag het leven heeft.
Alsöf gy enkel uw slagschaduw aan woud wyzen;
Vermits die menigmaal zo geestig valt en vreemd,
Dat zulks een denkbeeld nooit in uw begrip zou ryzen,
't Geen doorgaans in dat deel te weinig vryheid neemt.
Indien ge een groote stad, die met haar hoofdgebouwen
En fiere toorens praalt, zult schetsen; wees verdacht,
Dat gy een teeken hebt om in uw schets te onthouwên
Wat kerk, wat tooren voor, wat achter dien' gebragt;
Wat, in het leven, naast, wat verder was gelegen:
Betrouw in dit gevalt 't geheugen niet te veel;
Laat deeze opmerking steeds gewigtig by u weegen,
Opdat de waarheid klaar in uwe teekning speel'.
Volvoer voorts even scherp,
om 't uitgaan voor te komen,
Den omtrek van uw schets in vóór- en achterwerk:
Hier dient nochtans gewis een kunstgreep waargenomen,
Om onderscheid te zien in 't naaste en verste merk:
Men kan heel ligtelyk dien afstand kenbaar maaken
Door iets, 't geen 't leven - zelf vertoont in ons gezicht;
Want all', wat achter dienst, van toorens, kerken, daken,
Is bruin of somber, door verzwakking van het licht;
Wys deeze bruinheid aan; zo hebt gy straks een teeken;
Men kan dit in de schets vry ras en luchtig doen;
Zo weet gy dat het bruinst' was 't wydst' van 't oog geweeken,
En by 't voltooijen - zelf zult ge u te meerder spoên.
't Fatzoen der boomen, die uw Landschap moet vertoonen,
Diene in uw schets gemaald; dit geeft daarna gemak;
Het valle u ook niet zwaar; want ronde abeelekroonen
verschillen van een' esse- of schraalen wilgetak.
De zachte spiegeling der frissche waterstroomen
Moet ook gekenmerkt zyn; want naamt gy 't niet in acht.
Gy mogt met reeden voor des Landheers gramschap schroomen,
Verkruidde gy zyn Slot, zyn ondanks, uit de gracht.
Men moet ook op de soort van ry- of vaartuig letten;
Want Holland laat geen' stier voor 't gladde kouter gaan:
Een jaagschuit op de Waal of in den Ryn te zetten,
Is of geen Hessenkar woud schildren langs de Zaan.
Een treurig lykgevolg, 't geen, met het hoofd geboogen,
Een' dooden grafwaarts leid, met statelyken tred,
Brengt veeltyds 't onderscheid der landstreek voor onze oogen;
Want ieder stad byna heeft hier eene andre wet.
Dies wilt ge markt of straat met rouwgewaad stofeeren,
Zo let op elks gewoonte, en 's landszaats vast gebruik:
Men zou hier te Amsteldam de lange mantels weeren,
En lagchen om een sleep van vrouwen met een huik:
Het geen Enkhuizen past, zou Amsteldam zich schaamen,
Al die byzonderheid van kleed- en landsieraad
Brengt in uw teekening verstand en waarheid saamen,
En toont den ziender aan in welk gewest hy staat.

inhoudsopgave